Ruigtekruiden langs de weg
Langs wegen in Noorwegen zie je op veel plaatsen hoge ruigtekruiden. Het zijn hoog opschietende, overblijvende kruiden gewoonlijk op drassige grond. Ze kunnen tot ongeveer 1,5 m hoog worden en staan ’s zomers massaal in bloei. Vooral wilgeroosje en moerasspirea vallen op.
Wilgeroosje (Chamerion angustifolium) is niet hetzelfde als het harig wilgeroosje dat je op kapvlaktes in Nederland tegenkomt. Het is een nauw verwante soort die ook in Nederland voorkomt.
Moerasspirea (Filipendula ulmaria) komt eveneens in Nederland voor, maar de soort is in Noorwegen veel opvallender door de grote aantallen waarin ze langs wegen kan groeien.
Beide soorten hebben vertakte wortelstokken, waarmee ze zich vegetatief kunnen uitbreiden en snel grotere oppervlakken kunnen bezetten.



Ruigtekruiden in het berkenbos
In voedselrijke berkenbossen, vooral op plaatsen waar voldoende water beschikbaar is, groeien naast hoge grassen en varens ook veel ruigtekruiden. Sommige daarvan worden eveneens tot 1,5 m hoog en vallen daardoor sterk op in het terrein. Naast het hierboven al besproken wilgeroosje zijn dat:
- Noordse monnikskap (Aconitum septentrionale). Tijdens de wandeling door het Aurlandsdal zagen we deze soort op sommige plaatsen massaal.
- Alpenmuursla (Cicerbita alpina). Deze soort is vooral goed te herkennen aan de vorm van de bladeren.



