Gedegen informatie over mooie langeafstandspaden en dagwandelingen!

Verschillende klimaten in Noorwegen

Noorwegen kent grote klimaatverschillen. Die worden vooral bepaald door twee gradiënten: geleidelijke veranderingen in een bepaalde variabele.

  1. Westkust – binnenland: de invloed van de bergen
  2. Zeeniveau – hooggebergte: de invloed van de hoogte

1. Westkust – binnenland

Stuwingsregen

De bergen van Noorwegen hebben grote invloed op de neerslag. Dat komt door stuwingsregen.

  • Vochtige lucht vanaf zee wordt tegen de berghelling omhoog gestuwd. Tijdens het stijgen koelt de lucht af. De waterdamp condenseert, er ontstaan wolken en het gaat regenen.
  • Aan de andere kant van het gebergte daalt de lucht. Daarbij warmt ze op en wordt ze droger. Dit wordt föhn genoemd.

Hoe hoger het gebergte, hoe sterker dit proces kan zijn.

De bergketen die van zuid naar noord door Noorwegen loopt, vormt daardoor een belangrijke klimaatscheiding. Bij de overheersende westenwinden valt aan de westkant veel neerslag: plaatselijk 1500 tot 4000 mm per jaar. Aan de oostzijde van het gebergte is het door de föhnwerking op veel plaatsen veel droger, soms met minder dan 500 mm per jaar.

Van de Sognefjord naar het binnenland

Deze klimaatgradiënt is goed te ervaren als je vanaf de kust naar het binnenland rijdt.

  • Aan de monding van de Sognefjord kan het bij een westenwind langdurig regenen. De temperatuur blijft bijvoorbeeld rond 15 °C.
  • Bij Lærdal, aan het binnenste einde van de fjord, is het vaak droog. Lærdal ligt in een echte klimaatoase, met slechts ongeveer 400 mm neerslag per jaar.
  • Wie verder oostwaarts over de fjellweg naar Valdres rijdt, kan opnieuw wat regen tegenkomen.
  • In Fagernes kan het vervolgens weer droog en opvallend warm zijn. Bij föhn kan de temperatuur er bijvoorbeeld 20 °C bereiken.

Ook verder oostwaarts, onder andere in Hamar en Elverum, is het klimaat veel droger dan aan de westkust.

Klimaatoases en droge dalen

Lærdal is een voorbeeld van een klimaatoase: een klein gebied dat veel droger is dan zijn omgeving.

De bekendste klimaatoases liggen aan de binnenste uiteinden van de Hardangerfjord en Sognefjord:

  • Måbødalen – Hardangerfjord
  • Lærdal – Sognefjord
  • Utladalen – Sognefjord
  • Jostedalen – Sognefjord
  • Mørkri – Sognefjord

Stryn en Geiranger zijn géén klimaatoases. Ze liggen aan andere fjorden en ontvangen aanzienlijk meer neerslag.

Daarnaast zijn er aan de luwe oostzijde van de bergketen verschillende goed bereikbare droge dalen.

In de rechterkolom vind je de nuttige klimaatoases (k) en droge dalen (dd), van noord naar zuid. Kijk ook op de kaart hieronder.

Gebruik het klimaat bij je reisplanning

Wie in West-Noorwegen wandelt, kan de klimaatverschillen benutten bij het plannen van zijn reis. Markeer de klimaatoases en droge dalen op je wegenkaart. Bij slecht weer aan de westkust kun je soms eenvoudig uitwijken naar een droger gebied.

Een voorbeeld:

Je bent in Lom, ten noorden van Jotunheimen, en wilt verder westwaarts naar Stryn, ten westen van de Jostedalsbreen. De weersverwachting voorspelt twee dagen regen vanuit het westen.

Je kunt je plan dan aanpassen: blijf bijvoorbeeld één dag in Lom en maak een wandeling bij Pollfoss, zoals de Glitrawandeling. Daarna rijd je pas naar Stryn.

Zo kun je soms een verregende wandeldag voorkomen zonder je reisroute ingrijpend te veranderen.

Bergen en Oslo

Het verschil tussen de natte westkust en het drogere oosten wordt mooi geïllustreerd door Bergen en Oslo. De foto’s hierboven laten dat verschil zien. De klimaatcijfers hieronder bevestigen het.

Klimaat – Bergenjunjulaug
Gemiddelde maximumtemp. (°C)151616
Maandsom neerslag (mm)164180222
Klimaat – Oslojunjulaug
Gemiddelde maximumtemp. (°C)202120
Maandsom neerslag (mm) 69 8391

Ter vergelijking: de gemiddelde maximumtemperatuur in De Bilt is in deze maanden 20, 23, 23 °C.

2. Zeeniveau – hooggebergte

Ook de hoogte heeft grote invloed op het weer. In het algemeen geldt: hoe hoger, hoe kouder en hoe groter de kans op neerslag.

Voor wandelaars is dit vooral van belang omdat het weer in de fjell sterk kan verschillen van dat in de dalen.

Voorbeeld: Ormtjønnkampen

Stel dat je bij Ormtjønnkampen op ongeveer 800 m hoogte kampeert en het weer ’s nachts omslaat. Het begint licht te regenen.

Het Gudbrandsdal ligt hier op iets meer dan 100 m hoogte. Het hoogteverschil van ongeveer 700 m kan voldoende zijn om beneden geen regen meer te hebben.

Je kunt dan naar Fåberg of Lillehammer rijden. Daar is het misschien nog bewolkt, maar droog. Met wat geluk breekt zelfs een waterig zonnetje door.

Voorbeeld: Jonsknuten

Hetzelfde verschijnsel zie je bij Jonsknuten bij Kongsberg. Bij westenwind en lichte regen kun je soms aan het slechte weer ontsnappen door naar de Oslofjord te rijden.

Je daalt dan van ongeveer 700 m naar zeeniveau. Ook hier kan dat hoogteverschil voldoende zijn om van regen naar droog weer te gaan.

Weersverwachting

De nationale Noorse weerdienst is Yr: yr.no. Raadpleeg de weersverwachting vooral voordat je een wandeling in de fjell begint.