Wordt komende tijd aan gewerkt
Dagwandelingen Friesland
Deze pagina helpt je de mooiste wandelingen in Friesland te ontdekken, met afstanden van 5 tot 15 km, door het Friese buitengebied.
Voor de indeling van de wandelingen op het Friese vasteland maak ik gebruik van zeven deelgebieden (regio’s) (zie het groene kader boven). Deze indeling is afkomstig uit de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.
De basis hiervan is een hoofdindeling naar landschapstype:
- zeeklei in het noorden en westen = 1. Westergo, 2. Middelsee- en Marnegebied, 3. Oostergo
- veen (en meren) = 6. Het Lage Midden
- zand (met keileem) in het oosten en Gaasterland = 4. Noordelijke Wouden, 5. Zuidelijke wouden, 7. Gaasterland
Deze zeven landschappelijke deelgebieden geven samen een goed beeld van de grote variatie in het Friese landschap – van de open kustvlakten in het noorden tot de bosrijke Zuidelijke Wouden.
Ook voor de korte inleidingen bij de afzonderlijke deelgebieden heb ik gebruik gemaakt van het hierboven genoemde document Grutsk op ’e Romte. Laat je niet afschrikken door de Friese titel – hun tekst is ook in het Nederlands beschikbaar. Blader er gerust eens door en bekijk de verhelderende foto’s en kaartjes. Warm aanbevolen.
Eén van de acht deelgebieden heb ik hierboven buiten beschouwing gelaten: het Waddengebied. Want alle bewoonde waddeneilanden worden samen behandeld op de pagina Waddeneilanden.
De wadden zelf lenen zich uitsluitend voor een wadlooptocht. Hier heb ik gekozen voor de Wadlooptocht over Rif en Engelsmanplaat. Daarbij ga je vanuit Lauwersoog per boot naar Rif en Engelsmanplaat, waar je een wandeling maakt over de platen. Zie hiervoor Groningen.
Met de wandelingen beperk ik me tot het buitengebied. Op deze pagina vind je dus geen stadswandelingen.
Met dagwandelingen bedoel ik hier tochten van ongeveer 5 tot 15 km. Meestal zijn dat halve dagtochten van circa 2 à 3 uur zuivere looptijd, die zich goed laten combineren met een bezoek aan een dorp, museum of horecagelegenheid onderweg.
Op de onderstaande kaart staan de Natura 2000-gebieden in de drie noordelijke provincies. Deze gebieden vormen vaak de kern van de aantrekkelijkste wandelmogelijkheden. Je ziet daarop dat Friesland op het vasteland duidelijk meer te bieden heeft dan Groningen, maar minder dan Drenthe.
Deze lijst is nog niet volledig. Ken jij in Friesland een wandeling die past bij de criteria op deze pagina (mooie natuur, buitengebied, duidelijke route)? Laat het me weten – ik breid de lijst graag verder uit.

1. Westergo (oude land) (.. routes)
Snel naar:
- Easterein – 11 km
- …

Inleiding
Westergo vormt samen met Oostergo een van de twee terpengebieden van Fryslân. Er liggen meer dan zevenhonderd terpen, waarvan enkele uitgroeiden tot stad: Franeker, Bolsward en Harlingen. Het bewoonde landschap kent geconcentreerde bewoning in terpdorpen maar daarnaast ook verspreide bewoning van boerderijen op het vlakke land en op huisterpen.
De landschappelijke structuur wordt bepaald door kwelderwallen langs voormalige zeeboezems, geulen en slenken.
Twee grote zeeboezems, de Middelzee en de Marne scheidden het noorden en zuiden. Ten noorden liggen het kerngebied van Westergo en de oudste terpen. Het zuidelijke deel wordt gekenmerkt door een vrij willekeurige verspreiding van terpen. In het noordelijke deel liggen de meeste terpen in reeksen of snoeren zoals Achlum-Tritzum, samenhangend met de kwelderwallen die in verschillende fasen van de uitbouw van de kust zijn ontstaan.
Het landschap veranderde na 1500 niet wezenlijk van karakter, toen eenmaal de Middelzee en de Marne waren ingepolderd en ingericht. De kustzone kent een vrij dichte bewoning en enkele stadjes, die gunstig lagen aan de toenmalige zee. Het huidige landschap wordt gekenmerkt door grote open ruimten, hier en daar onderbroken door een dorp of een boerderij. De kwelderwallen zijn veelal in gebruik voor akkerbouw of (glas)tuinbouw terwijl de lagere kweldervlaktes vooral uit grasland bestaan. Ruilverkavelingen hebben het landschap redelijk in tact gelaten.
Een belangrijke karakteristiek van Westergo is het dijkenstelsel. De verscheidenheid, ouderdom en functie is heel gevarieerd. Bekende voorbeelden zijn oude ringdijken rond de moederpolders, de dijken langs de Marne, de Pingjumer Gulden Halsband en de Slagtedijk.
In fysisch-geografisch en cultuurhistorisch opzicht is Westergo grofweg op te delen in drie deelgebieden:
- Noordelijk Westergo (of de Westelijke Bouhoeke) is een regio met afwisselend parallel lopende kwelderwallen en kweldervlakten.
De lichte kleigronden op de kwelderwallen – de hogere delen van wat vóór de aanleg van dijken nog kwelder was – waren bij uitstek geschikt voor akkerbouw.
Achter de kwelderwallen liggen de kweldervlakten, de lager gelegen delen van de voormalige kwelders. De ontginning hiervan werd, vanwege de zware kleibodems en de lagere ligging, anders aangepakt. Na de bedijkingen in de volle middeleeuwen (11e en 12e eeuw) werden deze gebieden vooral gebruikt als hooi- en extensief weiland (mieden). Door een steeds betere ontwatering in de loop der eeuwen zijn veel van deze kweldervlakten later alsnog in bouwland omgezet. - Kleiterpengebied (of Greidhoeke) is een regio met bochtige slenken, prielen en oeverwallen. Het open landschap wordt gekenmerkt door uitgestrekte graslanden, waar vrijwel uitsluitend veeteelt wordt bedreven.
- Zuidelijk Westergo is een regio die bestaat uit klei-op-veengebieden, hempolders en latere droogmakerijen.
Voor meer informatie zie de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.)

Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van noord naar zuid:
Easterein – 10,7 km
Rondwandeling vanuit Easterein langs Lytsewierrum en Reahûs

Start- en eindpunt:
Restaurant Bergsma Easterein
Sibadawei 2
8734 HE Easterein
Routemarkering:
Volg de wandelknooppunten: 47 – 45 – 39 – 38 – 91 – 90 – 36 – 41
Hond mee:
Niet toegestaan.
Horeca:
Restaurant Bergsma Easterein
Beste websites:

Inleiding
De wandeling gaat door een landschap van graslanden, boerderijen en kleine terpdorpjes. Hier in het hartje Friesland, ten noorden van Sneek, ligt de Greidhoeke. Dit eeuwenoude kleiweidegebied bestaat uit uitgestrekte groene weilanden (griene greiden) met verspreid liggende boerderijen.
In bomen gehulde terpdorpjes zorgen voor de accenten in een weids gebied van gras en kronkelige sloten. Je komt door de beschermde dorpsgezichten van Easterein, Rien en Lytsewierrum. Je volgt paden door boerenland met veeroosters en smalle bruggetjes, daarnaast rustige asfaltweggetjes. Geniet volop van rust en ruimte, natuur en cultuur.
Friese terpen spelen hier de hoofdrol. Wist je dat het woord terp een Friese variant is van het woord “thorp” (dorp)? De dorpskernen zijn op een verhoging aangebracht om bescherming te bieden bij hoog water toen het hier nog een kwelder was en er dus geen dijken waren om het water tegen te houden.
Twee terpdorpen onderweg:
Het eerste terpdorp op je route is Easterein (Oosterend)). Het lag vroeger op het eiland Westergo en werd in de 10e eeuw één van de vroegst omdijkte gebieden in Friesland. De prachtige Martinikerk, “de kathedraal onder de Friese dorpskerken”, vormt het middelpunt van het beschermde dorpsgezicht. Het tweede buitengewoon fraaie terpdorp is Lytsewierrum.
Bijzonder zijn ook de twee historische boerderij-typen die je op de route vindt: de kop-hals-romp en de stelpboerderij.
Greidhoeke
De Greidhoeke is het kleiweidegebied tussen de steden Leeuwarden, Franeker, Bolsward en Sneek. Het staat bekend om haar uitgestrekte weidelandschap met rijke terpdorpen. Het valt grotendeels samen met het zuidelijke deel van het oude landschap Westergo. Bij dit eeuwenoude landschap dateert de verkaveling nog uit de middeleeuwen. Het is land dat meer dan 1000 jaar geleden op de zee werd veroverd en in cultuur gebracht.
Het is nog steeds een mooi landschap, maar “De bonte wei” van Jac.P.Thysse bestaat hier niet meer. Onder je voeten overal raaigras en mest. Ook verscheen er al een perceel met mais tegen het einde van de wandeling.
Easterein
Een korte rondgang door Easterein is zeer de moeite waard. Dit schilderachtige dorp met afwisselende bebouwing heeft een beschermd dorpsgezicht. Er staat een monumentale kerk centraal op een gedeeltelijk omgracht kerkerf. Ook zijn er wat gerestaureerde kaaspakhuizen met boograampjes.

… – … km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

2. Middelzee- en Marnegebied (.. routes)
Snel naar:
- … – .. km
- … – … km


Inleiding
De Middelzee was een zeearm die waarschijnlijk al omstreeks 500 v.Chr. bestond. Ze vormde de scheiding tussen Oostergo en Westergo. De zeearm breidde zich gaandeweg steeds verder in het binnenland uit. Een westelijk tak stond rond het jaar 1000 bij Bolsward in verbinding met een andere zeearm, de Marne. Het noordelijke deel van Westergo was in die tijd geheel door water omsloten. In de 11de eeuw kwamen de dijkringen van Oostergo en Westergo tot stand en begonnen de Middelzee en de Marneboezem dicht te slibben. Stukje bij beetje werd vanaf de 13de eeuw de oude zeearmen ingedijkt en omgevormd tot cultuurland. Dit bedijkingenlandschap is, na het Waddengebied, het jongste landschap van Friesland. Het is een gebied waarin veel polders zijn ingericht volgens het principe van de Italiaanse Renaissance: strak, evenwichtig en vooral rechttoe-rechtaan.
Door cultuurhistorische ontwikkelingen en bodemkundige verschillen ontstonden er in de loop der eeuwen grofweg drie deelgebieden binnen de bedijkingen van de Marneslenk en de Middelsee:
- Marneslenk (Lytse Bouhoeke): het gebied dat samen met de naastgelegen oeverwallen als een kronkelende sliert met akkerland door het kleiweidegebied van Westergo loopt.
- Zuidelijke Middelzee (De Nieuwlanden), waar de grenssloot Swette doorheen stroomt en waar vele nieuwlandpolders liggen.
- Noordelijke Middelzee (Het Bildt), waar kort na de middeleeuwen een weids akkerbouwgebied ontstond.
De deelgebieden zijn stuk voor stuk bedijkte cultuurlandschappen, waarin de weidsheid domineert.
Voor meer informatie zie de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân. Warm aanbevolen.

Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van noord naar zuid:
… – … km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

3. Oostergo (.. routes)
Snel naar:
- … – … km
- ……… – … km


Inleiding
Deelgebied Oostergo is een dunbevolkt landschap met oeroude terpen. Het betreft een kleistrook van negen tot maximaal vijftien kilometer breed, gelegen ten oosten van de voormalige Middelsee – vandaar de naam Oostergo.
Op de kwelderwallen langs de oude kustlijn van de Middelsee en de Waddenzee wordt op de lichte zavelklei vooral akkerbouw bedreven. Ten zuiden daarvan ligt een gordel van zware knipklei, waar de veeteelt domineert.
De steden Leeuwarden en Dokkum zijn veruit de grootste nederzettingen in het deelgebied, dat verder veel kleine dorpen telt.
Buiten de Waddenzeedijk liggen in het noordwesten de hoog opgeslibde kwelders, soms tot een kilometer breed.
Op basis van fysisch-geografische kenmerken en cultuurhistorische ontwikkelingen kan Oostergo grofweg in drie deelgebieden worden onderverdeeld:
- Noordwestelijk Oostergo: de kwelderwal die ten noorden van Leeuwarden in een boog doorloopt tot iets voorbij Ternaard, inclusief de ten zuiden daarvan gelegen voormalige kweldervlakte en de daarachter gelegen klei-op-veengronden.
- Noordoostelijk Oostergo: de grillige kwelderwallen, inversieruggen en laagten ten noordoosten van Dokkum, inclusief het voormalige Lauwerszee-systeem met de relicten van dit getijdensysteem (Lauwersmeer) en de ingedijkte polders aan de randen daarvan.
(Het Lauwersmeergebied behoort gedeeltelijk tot Groningen en gedeeltelijk tot Friesland.) - Zuidelijk Oostergo: de relatief smalle kwelderwal/oeverwal en de knipkleigronden ten zuiden van Leeuwarden.
Aan de noordzijde van het gebied zijn in de loop der eeuwen stap voor stap stukken kwelder ingedijkt of omgevormd tot zomerpolders. Rond de voormalige Lauwerszee gebeurde hetzelfde. Enkele slaperdijken herinneren nog aan deze gefaseerde verlegging van de kustlijn.
Voor meer informatie zie de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.
Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van west naar oost.
… – … km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

4. Noordelijke Wouden (.. route)
Snel naar:
- Eastermar – 9,5 km
- ……… – … km


De vele lijntjes, bijv. bij Eastermar, markeren hier de hoger gelegen gebieden waar houtwallen de boventoon voeren.
Inleiding
De Noordelijke Wouden liggen ruwweg tussen Dokkum en Drachten, op een uitloper van het Drents Plateau. Ze vormen landschappelijk en geografisch een eenheid met Zuidelijk Westerkwartier in de provincie Groningen.
In de voorlaatste ijstijd werd hier net als in Drenthe keileem afgezet en later dekzand. Hierdoor werd plaatselijk de afvoer van regenwater belemmerd, waardoor moerassen ontstonden. Deze ontwikkelden zich tot hoogvenen, die pas na de middeleeuwen verdwenen door ontwatering en afgraving.
Hoewel veeteelt hier vrijwel de enige vorm van landbouw is, heeft het landschap een besloten karakter doordat de weilanden worden afgewisseld met elzensingels, houtwallen en bosjes. Er komt veel verspreide bewoning voor , terwijl de dorpen vaak een langgerekte vorm hebben. Hier ten noorden van Drachten overheerst het slagenlandschap, met lange, rechte percelen (dit in tegenstelling tot de Zuidelijke Wouden).
De lager gelegen delen van de Noordelijke Wouden (circa 0–1 m boven NAP) hebben een dicht netwerk van elzensingels op de slootkanten. De Zwarte els is daarbij de dominante boomsoort. De hoger gelegen delen, onder meer bij Eastermar, staan juist bekend om de vele houtwallen, met de Zomereik als belangrijkste boomsoort. Daarnaast komen in zowel elzensingels als houtwallen tal van andere inheemse bomen en struiken voor.
Door de grote dichtheid aan landschapselementen, zoals elzensingels en houtwallen, heeft het gebied een uitgesproken kleinschalig karakter dat kenmerkend is voor dit oude cultuurlandschap.
Belangrijkste landschapselementen
1. Elzen- en houtsingels (ca. 3.000 km)
Singels zijn eenrijige beplantingen, meestal groeiend op de taluds van sloten en wijken (zijkanalen). Het onderscheid tussen elzensingels en houtsingels zit in de dominante boomsoort: bij elzensingels is dat de Zwarte els, bij houtsingels een andere soort, zoals Zomereik of Gewone es.
Veel elzensingels zijn ontstaan tijdens de ontginning van het veen, toen sloten werden gegraven voor de ontwatering. Juist op de sloottaluds waren de groeiomstandigheden voor bomen en struiken gunstig. In veel (elzen)singels groeien naast de dominante boomsoort diverse andere soorten.
Van oudsher kwamen in de Noordelijke Wouden ook veel dubbelzijdige elzensingels voor, met beplanting aan beide zijden van de sloot. Tegenwoordig is ongeveer een derde daarvan nog dubbelzijdig; de rest is enkelzijdig. Vaak is de beplanting aan één zijde verwijderd om het onderhoud en het schonen van de sloot te vergemakkelijken.
2. Houtwallen (ca. 300 km)
Houtwallen liggen op de wat hogere en drogere gronden. Ze zijn ontstaan bij het in cultuur brengen van de heide, waarbij vrijkomend materiaal zoals stobben en keien naar de perceelsranden werd verplaatst en daar in langgerekte wallen werd verwerkt. Vervolgens werd de wal met aarde afgedekt.
De houtwallen werden beplant of raakten spontaan begroeid met bomen en struiken. In de meeste houtwallen is Zomereik de dominante boomsoort; plaatselijk komt ook veel Ruwe berk voor. Net als bij de singels groeien naast de dominante boomsoort tal van andere soorten.
3. Heggen en hagen (ca. 50 km)
Heggen en hagen zijn aangelegd als veekering. Daarom werden vooral soorten met stekels of doorns aangeplant, zoals Meidoorn, Sleedoorn en Hondsroos.
Het verschil tussen een heg en een haag zit in het beheer: een heg wordt jaarlijks gesnoeid of geknipt, terwijl een haag extensiever wordt beheerd en vrij kan uitgroeien.
4. (Hakhout)bosjes
In tegenstelling tot de voorgaande lijnvormige elementen zijn (hakhout)bosjes vlakvormige landschapselementen. Ook bosstroken worden hiertoe gerekend, hoewel ze van een afstand vaak als lijn worden waargenomen.
In hakhoutbosjes werd van oudsher een hakhoutbeheer gevoerd. Net als bij elzensingels en houtwallen wordt de beplanting hierbij in een cyclus van circa 20 tot 25 jaar afgezet. De achterblijvende stobben lopen daarna opnieuw uit.
5. Drinkpoelen en dobben
In het gebied liggen veel kleine wateren.
Drinkpoelen zijn door de mens gegraven, hebben een beperkte oppervlakte en zijn niet diep. Ze liggen vaak op perceelsgrenzen, zodat vee dat op verschillende percelen graasde uit dezelfde drinkpoel kon drinken.
Dobben zijn kleine wateren met een natuurlijke ontstaanswijze. Het kan daarbij gaan om pingoruïnes en vennen.
Pingoruïnes zijn ronde laagten in het zandlandschap die een diepte kunnen bereiken van meer dan 10 m. Ze zijn ontstaan door het afsmelten van pingo’s (heuveltjes met een ijskern). Deze pingo’s vormden zich onder permafrostcondities, waarbij water vanuit scheuren in de ondergrond naar boven werd geperst. Het ijs duwde bodemmateriaal omhoog, dat na het ontdooien naar de randen wegzakte en daar een ringwal vormde.
Vennen zijn door de wind in vroeger tijden uitgeblazen laagten die zich met water hebben gevuld. Deze laagten zijn echter ondiep (minder dan 2 m) en zijn vrijwel steeds geheel opgevuld met veen (en worden dan veentjes genoemd).
Bovenstaande 5 landschapselementen zijn van groot belang als leefgebied voor een grote variatie aan flora en fauna.
Voor meer informatie:
- Icoonlandschappen: de Friese Wouden (hier in de betekenis van Noordelijke Wouden)
- de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.


Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van noord naar zuid.
Eastermar – 14,5 km
Mooi coulisselandschap met zandwegen en houtwallen.

Start- en eindpunt:
Parkeerplaats tegenover de keigeavelingrk aan de E.M. Beimastrjitte in Eastermar.
Horeca:
Onderweg geen, wel in Eastermar.
Routebepaling:
Gebruik bovenstaande kaartfragment, desgewenst samen met een wandelknooppuntenkaart van het gebied.
Honden:
Toegestaan mits aangelijnd
Vooraf:
Maak op je gemak een rondwandelingetje door het fraaie Eastermar.
Beste websites:
Waarom neem ik niet het ‘Rondje Eastermar’ van, Komoot, AllTrails en ANWB/VNC?
Het Rondje Eastermar heeft bij hen enkele tekortkomingen, namelijk:
- De route wordt kloksgewijs gelopen. Daardoor ligt het mooiste deel aan het begin. Loop liever andersom.
- Men loopt rakelings langs enkele zeer fraaie plekken – het strandje aan het Bergumermeer en het prachtige buurtschap It Heechsân, met onder andere haar bijzondere 13de-eeuwse kerktoren. Maak ook deze kleine uitstapjes.

Kleinschalig, besloten landschap
Is Friesland boomloos? Niet rondom Eastermar. Lopend over de oude zandwegen zie je een kleinschalig, besloten landschap met veel houtwallen. In dit gebied worden die houtwallen ook wel dykswâlen genoemd. Voor een goede introductie zie Icoonlandschappen: de Friese Wouden
Eastermar is een klein dorpje vlakbij het Bergumermeer, met één winkelstraatje dat je in enkele minuten kunt doorkruisen. Hier proef je de sfeer van vervlogen tijden.
Buiten de bebouwde kom domineren de zandwegen en houtwallen het landschap. Deze houtwallen vormen een dicht netwerk van aarden wallen, die al vanaf de 17de eeuw werden aangelegd.
Eastermar en het buurtschap It Heechsân liggen op een relatief hoge zandige ondergrond, waarvan een deel ooit bedekt was met veen. Het hoogste punt, drie meter boven NAP, ligt iets ten zuiden van It Heechsân.
Oorspronkelijk verwees de naam Eastermar (Oostermeer) naar een dorpje op de plek van It Heechsân, letterlijk ten oosten van het Bergumermeer. Tegenwoordig ligt Eastermar tussen het Bergumermeer en De Leijen, waar de turfschippers hun afvoerhaven voor hun handel hadden. Het dorpje verplaatste zich dus wat zuidwestwaarts.
Drinkpoelen en pingoruïnes
Drinkpoelen zijn door mensen gegraven, vaak op de perceelsgrenzen, zodat vee van meerdere percelen ervan kan drinken. Pingoruïnes zijn ronde meertjes, restanten van pingo’s (ijsheuvels) uit de voorlaatste ijstijd. Samen vormen ze karakteristieke kleine landschapselementen in dit oude cultuurlandschap.
Verhouding elzensingels en houtwallen
In de Noordelijke Wouden komen elzensingels veel vaker voor dan houtwallen. Volgens Natuurwandelen in Nederland (2007) vormen houtwallen minder dan 10% van de totale singellengte. Er zijn echter enkele hooggelegen gebieden waar de houtwallen wel domineren.
Eastermar en omgeving is zo’n gebied.


5. Zuidelijke Wouden (6 routes)
Snel naar:
- Aekingerzand – 10,5 km
- Beetsterzwaag – 9,5 km
- Fochteloërveen – 12 km
- Lindevallei – 7,2 km
- Mandefjild – 9 km
- Oranjewoud – 9,5 km

Inleiding
Het relatief hooggelegen oude cultuurlandschap van de Zuidelijke Wouden ligt ten oosten van de lijn Drachten – Heerenveen. Het NAP-nulpunt markeert grofweg de scheiding met het Lage Midden.
Anders dan in de Noordelijke Wouden is het patroon van elzensingels en houtwallen minder strak. Het landschap wordt hier bovendien verlevendigd door resten hei, hakhoutbosjes, boscomplexen en open beekdalen.
De Zuidelijke Wouden maken deel uit van de westelijke helling van het Drents Plateau. Ook hier werd in de voorlaatste ijstijd net als in Drenthe keileem afgezet en later dekzand. Dit belemmerde plaatselijk de afvoer van regenwater, waardoor moerassen ontstonden. Deze ontwikkelden zich tot hoogvenen, die pas na de middeleeuwen verdwenen door ontwatering en afgraving.
Het landschap wordt gekenmerkt door een aantal langgerekte zandruggen die van elkaar worden gescheiden door de beekdalen van het Koningsdiep, de Tjonger en de Lende.
De middeleeuwse ontginning startte vanaf de oevers van de beken en verliep min of meer loodrecht naar achteren. Vanwege de bodemdaling werden dorpen later verplaatst naar hogere delen van de dekzandruggen.
Er liggen grote natuurgebieden, zoals het Mandefjild, het Fochteloërveen en het Drents-Friese Wold, met stuifzandheiden, resten van hoogvenen en uitgestrekte bossen.
De beken die hier ontspringen stromen af naar het Lage Midden. Deze beken vormen een wereld op zich: ze beginnen klein in de bovenloop en worden steeds breder richting de benedenloop. In dit bekenlandschap liggen unieke parels van biodiversiteit, met een afwisseling van heide en soortenrijke natte schraalgraslanden, bijvoorbeeld Wijnjeterperschar.
De al vroege waardering voor dit landschap vinden we terug in de landgoederen met een rijke historie, zoals bij Oranjewoud, Beetsterzwaag en Bakkeveen.
Voor meer informatie zie de vernieuwde versie (2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.
Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van west naar oost.
Aekingerzand –10 km
Rondwandeling vanuit Terwisscha door het bos en over het Aekingerzand

Start- en eindpunt:
Buitencentrum Drents-Friese Wold,
Terwisscha 6a, Appelscha.
Routemarkering:
In deze wandelroute zijn 2 kortere routes samengevoegd; de witte (Wandelroute Terwisscha) en de rode (Wandelroute Kale Duinen). De verbindingsroute is met rood-witte paaltjes gemarkeerd.
Wandelkaart
8 Staatsbosbeheer Drents-Friese Wold.
Verkrijgbaar bij De Zwerver
Beste websites:
- Staatsbosbeheer
- Piet Smulders (achtergrondinfo)

Aekingerzand
Het Aekingerzand, ook wel de Kale Duinen genoemd, is een bijzonder natuurgebied waar weer en wind vrij spel hebben. In de afgelopen jaren heeft Staatsbosbeheer het gebied geheel hersteld. Voorheen kon het zand niet meer stuiven door de aanwezigheid van bomen en bossen. Daardoor verdween langzaam het karakteristieke landschap, met zijn bijzondere dieren zoals de zandhagedis en de kommavlinder. Nu veel bomen zijn gekapt, krijgt het zand weer de ruimte om te stuiven. Het Aekingerzand ligt in een mooi afwisselend gebied, met open zandvlakten en aangrenzende natuur.
De Grenspoel (zie kaart hieronder) is een ven aan de rand van het stuifzandgebied. De grens van Friesland en Drenthe loopt er midden doorheen.
Vlakbij bevindt zich het beekdal van de Vledder Aa ook volop in ontwikkeling. Diepe ontginningssloten zijn gedempt, vervuilde grond is afgevoerd en het water zoekt weer zijn natuurlijke weg. Geleidelijk keren planten en dieren, die typisch zijn voor het beekdal weer terug.
- Het paars in de kaart kan van alles zijn: naast heisoorten (Struikhei, Gewone dophei, Kraaihei) ook gras, mos, of zelfs kale plekken.
- Er zijn onderweg voldoende zitbanken. Daarom heb ik ze niet in de kaart ingetekend.
- De zwarte streepjeslijn linksonder is de provinciegrens tussen Friesland en Drenthe.

Beetsterzwaag – … km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

Fochteloërveen – 11 km
Rondwandeling vanaf parkeerplaats Brunstingerplas over de westhelft van het Fochteloërveen

Start- en eindpunt:
P-plaats Brunstingerplas
De parkeerplaats is alleen vanuit het zuiden (Ravenswoud of Appelscha) te bereiken.
Routemarkering:
Geen. Gebruik dit kaartfragment.

Inleiding
Het Fochteloërveen maakte vroeger deel uit van de uitgestrekte Smildervenen, die grote delen van noordwest-Drenthe en aangrenzend Friesland bedekten. Ook hier is sprake geweest van boekweitbrandcultuur, turfwinning en ontwatering, maar ondanks dat oogt het gebied verrassend gaaf.
Wat het Fochteloërveen bijzonder maakt, is de enorme openheid: een bijna boomloze vlakte die aan een savanne doet denken. In tegenstelling tot andere hoogvenen, zoals het Bargerveen of het Korenburgerveen, zie je hier nauwelijks struikopslag of verrijking van het veen. Daardoor ervaar je het landschap als een van de meest ongeschonden hoogveenrestanten van Nederland.
Omdat het Fochteloërveen gedeeltelijk tot Groningen en gedeeltelijk tot Friesland behoort, vermeld ik dit gebied op beide pagina’s.
Flora en fauna
In de natte delen groeien veenmossen. Van de grassen zien we o.a. Pijpenstrootje, Eenarig wollegras (bloeiwijze bestaat uit slechts een aar) en Veenpluis (bloeiwijze bestaat uit meerdere aren).
De drogere heideranden worden gekleurd door Gewone dophei en Struikhei.
Het open hoogveen en de heidevelden bieden leefgebied aan zeldzame vogels, zoals de Kraanvogel, Blauwe Kiekendief, Goudplevier en Geoorde Fuut.
Kijk verder op de mooie website Fochteloërveen

Lendevallei – 7,2 km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

Mandefjild – 9 km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

Oranjewoud – 9,5 km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

… – .. km
Rondwandeling vanuit ….

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:
- …
- …

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

6. Het Lage Midden (3 routes)
Snel naar:
- Alde Feanen – 11,5 km
- Easterskar – 11 km
- Rottige Meenthe & Brandemeer – 11,5 km

Inleiding
Het Lage Midden, ook wel het veenweidegebied genoemd, is, zoals de naam al aangeeft, het lage middendeel ten zuidwesten van de lijn Leeuwarden – Drachten. Eromheen liggen hogere gronden: de kleigronden van Westergo in het westen, de zandgronden van de Zuidelijke Wouden in het oosten en de stuwwallen van Gaasterland in het zuidwesten. Door die lage ligging deden zich afwateringsproblemen voor. In de moerassen die ontstonden, werden dikke lagen veen gevormd. Aan deze veenvorming kwam omstreeks het begin van de middeleeuwen een einde doordat de zeespiegel toen zo hoog was gestegen dat de streek onder water liep.
Het overgrote deel van het gebied ligt tegenwoordig gemiddeld één à twee meter beneden de zeespiegel. Het is dus een badkuip !
Op basis van latere, cultuurhistorische ontwikkelingen kan het Lage Midden in twee deelgebieden worden opgesplitst:
- Het Merengebied, het westelijke deel van het Lage Midden (veenweidegebied), waar het veen was weggeslagen en elders geleidelijk afgedekt door een kleilaag. Het heeft een sterk agrarisch karakter. Het is een open gebied, dooraderd met sloten in een unieke, opstrekkende verkaveling. Het is het land van grasland en boezemmeren. Samen met de vaarten en kanalen vormen de meren niet alleen het hart van het Friese oppervlaktewater – het Friese boezemsysteem – maar ook een natuurgebied van grote omvang.
- De Veenpolders, het oostelijke deel van het Lage Midden (veenweidegebied). Hier werd het veen door een systeem van binnendijken en kaden langzamerhand drooggelegd. Deze polders liggen aan de voet van het hoger gelegen zand. Je vindt er uitgestrekte laagveenmoersassen zoals de Alde Feanen, de Deelen Easterskar en de Rottige Meenthe. Ze maken deel uit van een keten van laagveenmoerassen met veenplassen, petgaten, rietlanden en moerasbos die langs de rand van het zand richting het Lauwersmeer slingert.
De Veenpolders zijn vanaf de 19e eeuw systematisch ingericht. Dorpen liggen hier kilometerslang aaneengesloten, zoals de reeks ten noorden van Heerenveen: Terhand – Luinjeberd – Tjalleberd – Gersloot.
De Veenpolders hadden tot halverwege de 18e eeuw een min of meer vergelijkbare landschapsgeschiedenis als de rest van het Lage Midden. In de loop van het Holoceen raakte dit gebied bedekt onder een dik veenpakket, dat op sommige plaatsen uitgroeide tot zogeheten hoogveenkoepels die enkele meters boven het maaiveld uitstaken.
In de volle middeleeuwen (11e–12e eeuw) begon men met grootschalige agrarische veenontginningen, vooral stroomafwaarts langs de grotere veenriviertjes. Daarbij groef men haaks op deze riviertjes sloten in het veen. Op het ontgonnen land werd tijdelijk akkerbouw bedreven. Het ruimtelijke gevolg was een patroon van opstrekkende kavels, haaks op de veenriviertjes. Binnen een ontginningsblok, vanaf de basis van het veenriviertje tot aan de grens van het volgende blok, is de verkavelingsrichting doorgaans regelmatig. Nederzettingen ontstonden vaak als lint langs dezelfde rechtlijnige (water)wegstructuur, waardoor zogenaamde lintbebouwingen of wegdorpen werden gevormd.
In de kleizone langs het riviertje de Boarn, tussen Akkrum en Aldeboarn, en bij Britsum, komt van oudsher ook onregelmatige blokverkaveling voor, met soms nog zichtbare prielen en oude riviergeulen. De dorpen zijn hier, in tegenstelling tot de agrarische veenontginningsdorpen, op terpen gesticht.
Na de agrarische veenontginningen brak een onstuimige periode aan. Door ontwatering en veenoxidatie daalde het maaiveld snel, waardoor de akkers op het ontgonnen hoogveen niet langer bewerkbaar waren. Het gebied werd bovendien extra kwetsbaar voor stormvloeden en opstuwend binnenwater. Ook slibde de Middelsee dicht, wat de afwatering plaatselijk bemoeilijkte.
(Zie hiervoor de vernieuwde versie van 2025 van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.)
Mijn mooiste wandelingen
Onderstaande wandelingen laten de mooiste delen van deze regio zien, van noord naar zuid:
Alde Feanen – 11,5 km
Laagveenmoeras met open water, rietland, grasland en moerasbos.

Start- en eindpunt:
…
Routemarkering:
…
Beste websites:

Route
…
…
….
…
…
Koptekst
….
…
…
…
Koptekst
…
…
…
…

Easterskar – 11 km
Laagveenmoeras met open water, rietland, grasland en moerasbos.

Start- en eindpunt:
Parkeerplaats aan de Richard Jungweg.
Aanrijden:
Neem afslag 11 van de A32 en rijdt richting Heereveen en vervolgens Rottum (N924).
Na Rottum rijd je 3 km rechtdoor en sla dan linksaf naar vogelkijkhut ‘Skiere Goes’. De parkeerplaats is aan het einde van de weg.
Routemarkering:
Niet nodig.
Verrekijker:
Belangrijk.
Beste websites:

Inleiding
Het Easterskar is een laagveenmoeras (562 ha), ontstaan tijdens de verveningen in de 19e eeuw. Het gebied vormt de noordelijke voortzetting van de natte as-verbinding tussen andere laagveenmoerassen in Fryslân en Overijssel, zoals Rottige Meenthe en Weerribben.
In Easterskar heb je het typische landschap met lange, smalle stroken van legakkers en petgaten. Maar er zijn ook verschillen met de andere moerasgebieden. Easterskar heeft meer moerasbos, een aantal grote plassen (met vogelkijkhut) en rietgebieden.
Het gebied heeft (net als de nabijgelegen Brandemeer) tamelijk voedselrijke plassen en moerassen, wat de vogelwereld ten goede komt. Zo zijn zowel de Zeearend als Visarend hier regelmatig te vinden. Van de zoogdieren komt de Otter hier voor.
Daarnaast zijn er ook nog enkele van de oorspronkelijke veenheideterreinen in het gebied aanwezig, wat zeer bijzonder is. Een van de soorten die je hier kunt vinden, en elders afwezig is, is de Adder. Al met al dus een afwisselend gebied en relatief weinig bezocht.
P…
…

Benodigde wandelgids met Route-app:

WEERRIBBEN WIEDEN, De Natuurgids
Crossbill Guides
Dirk Hilbers
KNNV Uitgeverij (Nederland)
Verkrijgbaar bij De Zwerver
Rottige Meenthe & Brandemeer – 14 km
Laagveenmoeras met open water, rietland, grasland en moerasbos.

Start- en eindpunt:
Parkeerplaats Rottige Meenthe aan de Pieter Stuyvesantweg
Routemarkering:
Niet nodig.
Verrekijker:
Belangrijk.
Beste websites:
…
…
Bezoekerscentrum:
…

Inleiding
De Rottige Meenthe vormt de noordelijke Friese voortzetting van de Weerribben. Het gebied is minder bekend en minder bezocht, waardoor het een uitstekend alternatief biedt voor wie de zomerse drukte van de bootjes bij Ossenzijl en Kalenberg wil vermijden.
De Rottige Meenthe ligt tussen de riviertjes de Tjonger en de Linde. Met ruim 1.000 hectare is het weliswaar kleiner dan de Weerribben, maar nog steeds een aanzienlijk natuurgebied. Een van de aantrekkelijkste aspecten zijn de uitgebreide wandelmogelijkheden.
De naam Rottige Meenthe verwijst naar het verleden: hier ging het om gemeenschappelijke weidegronden die nauwelijks geschikt waren voor landbouw. In de 19e eeuw werd dit moeilijk toegankelijke moerasgebied grootschalig verveend, waardoor een landschap van petgaten en legakkers ontstond, met plaatselijk grotere plassen.
Ook de noordelijker gelegen Brandemeer, in de veenpolder Oldelamer, vertoont een vergelijkbaar patroon. Dit terrein aan de benedenloop van de Tjonger dankt zijn naam waarschijnlijk aan een grote veenbrand die hier ooit heeft gewoed.
De beide deelgebieden worden gescheiden door de Helomavaart, een afvoerkanaal dat in de jaren 1920 werd verbreed en verdiept om de Linde te ontlasten, die door de ontginning van hoogveengebieden in de bovenloop steeds meer water moest verwerken.
In de jaren 1950 deed Staatsbosbeheer zijn eerste aankopen in de Rottige Meenthe, met als doel de bescherming van de otter en de grote vuurvlinder. Tegenwoordig is het een natuurgebied van meer dan 1.000 hectare dat nog steeds wordt uitgebreid. Binnen de Ecologische Hoofdstructuur wordt gestreefd naar een goede verbinding met de Weerribben en een aansluiting op de laagveengebieden van Midden-Friesland.
De Rottige Meenthe kent tegenwoordig veel moerasbos en veen, terwijl de Brandemeer vooral wordt gekenmerkt door vogelrijke rietmoerassen. De beschreven route koppelt beide deelgebieden aan elkaar, maar kan ook eenvoudig als twee afzonderlijke routes worden gelopen. Daarnaast zijn er diverse varianten mogelijk, doordat meerdere parallelle paden toegankelijk zijn.

Achtergrondinformatie vervening
Daarvoor geef ik hier de mooie tekst over de Weerribben. Deze is ook goed toepasbaar op Rottige Meenthe en Easterskar.
Ontstaan: over ribben en weren
De Weerribben zijn in de afgelopen eeuwen ontstaan door het afgraven van veen voor turfwinning. Sporen daarvan zijn duidelijk in het landschap terug te vinden en ook in de gebiedsnaam.
Weren (of petgaten) zijn verveende delen die weer volliepen met water.
Ribben (of legakkers) zijn smalle stroken land waarop de uitgebaggerde turf te drogen werd gelegd.
Na de vervening groeide het open water geleidelijk dicht en bepaalde de rietteelt de aanblik van het landschap. Het oude verveningspatroon bleef echter bestaan.
Water overheerst in de Weerribben. Alle planten en dieren die er voorkomen zijn er van afhankelijk. Die natuurlijke rijkdom is zeer bijzonder. Zeker bij een ‘wetland’ van deze omvang.
Van verdronken veen tot turf
Het veen in de Weerribben is lang geleden vóór de laatste ijstijd, ontstaan als hoogveen (veenmosveen). Het ontstond boven de grondwaterspiegel uit water- en oeverplanten. In het zure en zuurstofarme water verteerden de afgestorven plantendelen niet volledig. Zo ontstond in de loop van eeuwen een dikke laag veen.
De temperatuur op aarde steeg en de ijskap smolt. Daardoor steeg de zeespiegel en is dit hoogveen onder water gekomen. De turfmakers troffen het veen eeuwen later onder water aan en noemden het laagveen, maar feitelijk is het ‘verdronken’ hoogveen.
In de Middeleeuwen wist men al dat uitgebaggerd en gedroogd veen als brandstof gebruikt kon worden: turf.
Turfwinning is daardoor voor de streekbewoners lang de belangrijkste broodwinning geweest en bleef tot 1920 van grote betekenis. Daarna begon het bruikbare veen op te raken en werd de turfwining onrendabel.
Al kort na het begin van onze jaartelling verbaasden de Romeinen zich over onze stookgewoonten: “Ze kneden slijk met de handen om het vervolgens te laten drogen in wind en zon. Het gedroogde slijk gebruiken ze om hun ledematen te verwarmen.”
Vervenen volgens de regels
Het veen werd in lange banen uitgebaggerd. Steeds spaarde men een smalle strook grond uit om de veenbagger op te laten drogen. Deze stroken werden ribben of legakkers genoemd.
In de beginperiode van de turfwinning waren ze zó smal dat ze bij zware storm werden weggeslagen. Zo ontstonden de grote plassen, waarvan het aangrenzende natuurreservaat de Wieden een voorbeeld is.
In de Weerribben is het nooit zo ver gekomen. De turfwinning begon er later en men was inmiddels door ervaring wijs geworden. Er kwamen regels voor de breedte die de ribben minimaal moesten hebben. Daardoor is het oorspronkelijke verveningspatroon er ook nu nog duidelijk te zien: weren (petgaten) van maximaal 30 meter gescheiden door drie meter brede ribben (legakkers).

Benodigde wandelgids met Route-app:

WEERRIBBEN WIEDEN, De Natuurgids
Crossbill Guides
Dirk Hilbers
KNNV Uitgeverij (Nederland)
Verkrijgbaar bij De Zwerver
7. Gaasterland (3 routes)
Snel naar:
- Hindeloopen – Stavoren 15 km
- Bakhuizen – … km
- Rysterbosk – 6,5 km


Inleiding
Gaasterland is een stuwwallengebied langs de IJsselmeerkust, doorlopend als een zandrug naar Sint Nicolaasga. Het landschap is zwak golvend met een grote mate aan afwisseling. Het landschapsbeeld wijkt daarmee af van het bekende open Friese klei- en veengebied. Karakteristiek zijn de klifjes (Rode Klif, Mirnserklif en Oude Mirdumerklif), ontstaan door afslag van de vroegere Zuiderzee. Op de hogere delen liggen esdorpen en landgoederen met bossen.
Ook de uiterste zuidwesthoek van de provincie wordt tot het gebied gerekend. Met Koudum als grootste bewoningskern.
Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische verschillen kan Gaasterland in de volgende drie deelgebieden worden onderverdeeld:
- Centraal Gaasterland: de eigenlijke stuwwalkern plus de oostelijke, zandige uitloper. Hier werd in de voorlaatste ijstijd keileem afgezet en later is daar dekzand op afgezet.
- Kleigebied Gaasterland: het westelijk gelegen kleigebied met klei-op-veengronden en vele droogmakerijen.
- De IJsselmeerkust: gedeelte met de klifjes en havenstad Stavoren.
(Zie verder de vernieuwde versie (in 2025) van het document Grutsk op ’e Romte (Trots op de Ruimte) van de Provinsje Fryslân.)

Mijn mooiste wandelingen
De onderstaande routes laten de mooiste delen van deze regio zien, van west naar oost.
Hindeloopen – Stavoren (15 km)
Lijnwandeling langs de IJsselmeerkust tussen twee Friese Hanzesteden.

Parkeerplaats auto Stavoren:
Neem daar de trein naar Hindeloopen.
Startpunt wandeling:
Hindeloopen.
Eindpunt wandeling:
Station Stavoren
Routemarkering:
Gebruik een wandelknooppuntenkaart.
Beste websites:
Voorbereidingen:
- neem voldoende drinkwater mee.
- hoofdbedekking, want je loopt een groot gedeelte van de route in de zon tijdens zonnige dagen.

Wandelroute:
Bekijk Hindeloopen en ga vervolgens over de IJsselmeerdijk richting Stavoren. Onderweg kun je genieten van weidse uitzichten over het IJsselmeer en passeer je diverse natuurgebieden.
Verlaat de dijk en ga naar Molkwerum. Vervolgens via het binnenland naar het historische stadje Stavoren.

Rondwandeling vanuit Bakhuizen naar Mirnser Klif – .. km
Over twee parallelle keileemruggen.

Start- en eindpunt:
- In Bakhuizen
- bij het Mirnser Klif
Murnserdyk 46A,
8573 WP Mirns
Routemarkering:
….
Wandelkaart:
Zie hierboven.
Beste website:

Route
……
Keileemruggen
….
……

Rysterbosk – 6,5 km
Rondwandeling door een prachtig oud wandelbos aan het IJsselmeer

Startpunten:
- bij de hoofdingang van het Rysterbosk
Fr. Van Swinderenlaan - bij het Mirnser Klif
Murnserdyk 46A,
8573 WP Mirns
Routemarkering:
Blauwe paaltjes
Wandelkaart:
Zie hierboven.
Beste website:

Route
……
Rabatten
….
……

Tip:
Kijk ook eens bij mijn andere paden in Nederland.
12